Voedsel voor de geest

Voedsel voor de geest... voor mij hoort daar poëzie, filosofie en dergelijke onder. Maar voedsel voor de geest kan net zo goed eten zijn, van dat 'comfortfood' voor als je een melige bui hebt, of net voedsel wat je energie geeft, om verder na te denken.

Naam:
Locatie: Belgium

Even iets anders... geen gezeur, geen gemiep hier... ;-)

maandag, augustus 07, 2006

Vergankelijkheid



Wij gaan en komen en de winst is waar?
en weven draden en het kleed is waar?
In 's hemels welving zijn tot stof verbrand
vele weldenkenden; hun rook is waar?

Gezien of niet de wereld, om het even, het is niets,
Wat gij gehoord, gezegd hebt of geschreven, het is niets.
Gereisd door de klimaten alle zeven; het is niets.
Tot studie en bespiegeling thuisgebleven: het is niets.

De wereld gaat en gaat, als lang na dezen
mijn roem verging, mijn kennis hooggeprezen.
Wij werden vóór ons komen niet gemist,
na ons vertrek zal het niet anders wezen.

Omar Khayyam (ca. 1048 - ca. 1123)

zaterdag, december 17, 2005

De enige vrouw


De enige vrouw die kan bestaan
is zij die weet dat nu de zon over haar leven gaat schijnen

zij die geen tranen stort maar pijltjes uitstrooit
om haar territorium af te bakenen

zij die geen verzoeken doet
zij die haar mening geeft en haar hoofd optilt en met haar lichaam zwaait
en die teder is zonder schaamte en hard zonder haat

zij die het alfabet van onderworpenheid heeft verleerd
en rechtop loopt

zij die de eenzaamheid niet vreest omdat zij altijd alleen is geweest
zij die de grote kreten van geweld voorbij laat gaan

en dat alles doet met gratie
zij die zich bevrijdt te midden van liefde
zij die bemint

de enige vrouw die de enige kan zijn
is zij die gepijnigd en zuiver voor zichzelf besluit
om uit haar voorgeschiedenis te stappen.

Bertalicia Peralta

dinsdag, augustus 02, 2005

3. Reflectie

Er is bijna geen betere remedie tegen angst dan goed nadenken. Door een probleem op te schrijven of er in een gesprek uiting aan te geven, zetten we de belangrijkste elementen van op een rijtje. En als we eenmaal de aard van het probleem kennen, helpen we misschien niet het probleem zelf uit de wereld maar wel de vervelende bijkomstigheden zoals verwarring, verdringing, verbazing.

De Tuin, zoals Epicurus' commune bekend stond, bood veel inspiratie tot reflectie. Veel van de vrienden waren schrijvers. Diogenes Laërtius schreef Metrodurs bijvoorbeeld twaalf werken, waarond het verloren De weg naar wijsheid en Over Epicurus' zwakke gezondheid. In de gemeenschappelijke ruimtes van het huis in Melite en in de moestuin moet er afgebroken gelegenheid zijn geweest om met mensen die even intelligent als aardig waren na te denken over allerlei vraagstukken.

Epicurus wilde vooral dat hij en zijn vrienden hun angsten over geld, ziekte, dood en het bovennatuurlijke leerden analyseren. Als je logisch nadacht over sterfelijkheid, zou je, zo betoogde Epicurus, beseffen dat er na de dood slechts vergetelheid was en dat 'wat geen last bezorgt als het aanwezig is, kan ons slechts ongegronde zorgen baren wanneer het nog in de toekomst ligt.' Het had geen zin om je van te voren druk te maken over een situatie die je toch nooit mee zou maken:

Er is immers niets angstaanjagends in het leven voor wie goed heeft begrepen dat het niet angstaanjagend is om niet te leven.

Nuchter nadenken over de dingen kalmeerde de geest; Epicurus' vrienden werden zo de moeilijkheden bespaard waarmee ze anders in de buitenwereld, waar niet diep werd nagedacht, geconfronteerd zouden worden.

Van rijkdom wordt natuurlijk niemand echt ongelukkig. Maar de kern van Epicurus' betoog is dat we mét geld maar zónder vrienden, vrijheid en een leven vol bespiegeling nooit echt gelukkig zullen zijn. En als we die zaken wel hebben, maar geen fortuin dan zullen we nooit ongelukkig zijn.

Uit: De Troost van de filosofie - Alain de Boton

Vervolg

2. Vrijheid

Epicurus en zijn vrienden deden nog iets baanbrekends. Om niet te hoeven werken voor mensen die ze niet mochten en geen gehoor te hoeven geven aan eventuele vernederende bevelen, zeiden ze hun werk in de commerciële wereld van Athene vaarwel ('We moeten ons bevrijden uit de de gevangenis van het dagelijks leven en de politiek') en begonnen iets wat nog het beste als een commune kan worden omschreven. Ze namen genoegen met een eenvoudiger levenswijze in ruil voor onafhankelijkheid. Ze zouden minder geld hebben maar nooit meer de bevelen van verschrikkelijke meerderen hoeven op te volgen.

Dus kochten ze een moestuin dicht bij hun huis, een eindje buiten de oude Dipylon-poort, waar ze allerlei groenten verbouwden voor de keuken, waarschijnlijk bliton (kool), krommyon (ui) en kinara (de voorloper van de huidige artisjok, waarvan niet de bladeren maar alleen het hart eetbaar was). Hun dagelijkse kost was luxueus noch overdadig, maar wel lekker en voedzaam. Zoals Epicurus aan zijn vriend Menoikeus uitlegde: '[De wijze] verkiest niet de grootste hoeveelheid voedsel maar de smakelijkste.'

Het eenvoudige leven had geen invloed op het statusbewustzijn van de vrienden, want door afstand te nemen van de waarden van Athene beoordeelden ze zichzelf niet meer op grond van materieel bezit. Ze hadden geen reden om zich te schamen voor kale muren en geen profijt om te pronken met goud. Temidden van een groep vrienden die buiten het politieke en economische centrum van de stad leefden, viel er - in hiërarchische zin - niets te bewijzen.

Uit: de troost van de filosofie, Alain de Botton

woensdag, juli 27, 2005

Geluk, een epicuristisch verlanglijstje

1. Vriendschap

'Van alle middelen tot volledig levensgeluk die de wijsheid ons verschaft, is het verwerven van vriendschap verreweg de belangrijkste'.

We bestaan pas als iemand anders ons ziet bestaan, wat we zeggen krijgt pas betekenis als iemand het hoort, maar als we vrienden om ons heen hebben wordt onze identiteit voortdurend bevestigd. Hun kennis en genegenheid voor ons zijn in staat ons uit onze schulp te halen. Met terloopse, vaak plagerige opmerkingen maken ze duidelijk dat ze onze luimen kennen en accepteren, en wij zodoende een plek op de wereld hebben. We kunnen hun vragen 'Vind je hem ook zo'n griezel?' of 'Heb jij soms ook het gevoel dat...?' en begrepen worden, in plaats van het verbaasde 'Nee, niet echt' te horen te krijgen - waardoor we ons, zelfs in gezelschap, zo eenzaam als poolreizigers kunnen voelen.

Echte vrienden beoordelen ons niet aan de hand van wereldse criteria, het gaat hen alleen om het innerlijk; net als bij ideale ouders is hun liefde niet gebaseerd op ons uiterlijk of onze positie op de maatschappelijke ladder. Daarom durven we gerust in ons oude kloffie te verschijnen en te bekennen dat we dit jaar niet veel hebben verdiend. De behoefte aan rijkdom laat zich niet altijd vertalen met een simpele hang naar een luxueus leven; soms is de wens om gewaaardeerd en vriendelijk behandeld te worden een belangrijker drijfveer. Het komt voor dat we een fortuin proberen te vergaren met geen ander doel dan het respect en de aandacht af te dwingen van mensen die ons anders niet zouden zien staan. Epicurus, die zich bewust was van deze diepere behoeft, besefte dat slechts enkele vrienden ons de liefde en het respect kunnen geven waar zelfs een fortuin niet tegenop kan.

Uit: De troost van de filosofie - Alain de Botton

zondag, juli 24, 2005

Het probleem van Protagoras

Euathlos is door Protagoras opgeleid tot advocaat. Die heeft een zeer edelmoedige overeenkomst opgesteld, volgens welke Euathlos niets voor zijn opleiding hoeft te betalen totdat en mits hij zijn eerste zaak wint. Maar tot ergernis van Protagoras, die uren van zijn tijd in Euathlos' opleiding heeft gestoken, besluit zijn leerling musicus te worden en neemt hij geen enkele zaak aan. Protagoras eist dat hij hem betaalt voor zijn moeite, en als de musicus weigert dat te doen, besluit hij een rechtszaak tegen hem aan te spannen. Protagoras redeneert dat als Euathlos de zaak verliest, hij, Protagoras, zal hebben gewonnen. In dat geval zal hij zijn geld terugkrijgen. En zelfs als Protagoras verliest, zal Euathlos ondanks zijn protesten dat hij nu musicus is, een zaak hebben gewonnen, en dan zal hij nog altijd moeten betalen.

Maar Euathlos redeneert een beetje anders. Als ik verlies, denkt hij, heb ik mijn eerste zaak verloren, en in dat geval ontslaat de oorspronkelijke overeenkomst mij van de plicht om leergeld te betalen. En zelfs als ik win, zal Protagoras nog altijd het recht verloren hebben om het contract ten uitvoer te brengen, dus ook dan zal ik niets hoeven te betalen.

Ze kunnen niet allebei gelijk hebben. Wie vergist zich?

uit: 101 filosofische problemen - Martin Cohen

zaterdag, juli 23, 2005

Over liefde en Schoppenhauer

1. De filosoof mag dan niet zulke vleiende verklaringen hebben voor de reden waarom we verliefd worden, maar voor afwijzingen biedt hij wel troost - de troost van de wetenschap dat onze pijn normaal is. We moeten niet in de war raken van de enorme emotionele schok die slecht een paar dagen van hoopvolle verwachting teweeg kan brengen. Het zou onredelijk zijn als een kracht die zo sterk is dat hij ons kan drijven tot het grootbrengen van kinderen zomaar zou verdwijnen - wanneer hij zijn doel niet heeft bereikt - zonder een spoor van verwoesting na te laten. De liefde kon ons, zonder de belofte van het grootst mogelijke geluk, neit overhalen de last van de instandhouding van de soort op ons te nemen. Geschokt zijn door de enorme pijn die afwijzing veroorzaakt, betekent niet dat we onder ogen zien wat acceptatie inhoudt. We moeten ons verdriet niet nog erger maken dan het is door te denken dat het vreemd is om zo vreselijk verdrietig te zijn. Er zou juist iets mis zijn als we niet vreselijk verdrietig waren.

2. Bovendien wil het niet zeggen dat we als mens niet aantrekkelijk zijn. Er is niets mis met ons karakter per se. Onze persoonlijkheid is niet afstotelijk en ons gezicht niet weerzinwekkend. De verbintenis mislukte omdat we niet geschikt waren om een evenwichtig kind te produceren met één bepaald persoon. Geen enkele reden om onszelf te haten. Op een dag komen we iemand tegen die ons geweldig vindt en die zich uitzonderlijk prettig en ongeremd bij ons voelt (omdat onze kin en zijn/haar kin uit het oogpunt van de wil tot leven een wenselijke combinatie vormen).

3. We moeten leren diegenen die ons afgewezen hebben op den duur te vergeven. Het verbreken van de relatie was niet hun keuze. Met elke onbeholpen poging waarmee de een de ander informeert dat hij meer ruimte of tijd nodig heeft, dat hij zich liever niet vastlegt of bang is voor intimiteit, tracht de afwijzer een in wezen onbewust negatief oordeel, geveld door de wil tot leven, te rationaliseren. Verstandelijk mogen ze onze eigenschappen dan op prijs hebben gesteld, hun wil tot leven dacht er anders over en maakte hun dat zonder plichtplegingen duidelijk - door hen te beroven van seksuele verlangens voor ons. Als ze zich door een minder intelligent persoon laten strikken, mogen we hen niet van oppervlakkigheid betichten. We moeten, zoals Schopenhauer uitlegt, in ons achterhoofd houden dat:

In het huwelijk gaat het niet om spirituele conversatie maar om het verwekken van kinderen.

4. We zouden respect moeten hebben voor het voortplantingsgebod van de natuur, want dat is een afwijzing nu eenmaal, net zoals we respect hebben voor een blikseminslag of een lavastroom - een vreselijke gebeurtenis maar machtiger dan wijzelf. We kunnen troost putten uit de gedachte dat een gebrek aan liefde:

tussen een man en een meisje het teken is dat wat ze zouden kunnen verwekken slechts een onevenwichtig, disharmonisch en ongelukkig wezen zou zijn.

We zouden gelukkig geweest kunnen zijn met onze geliefde, alleen was de natuur dat niet - nog een belangrijke reden om de liefde niet te willen sturen.

Uit: De troost van de filosofie - Alain de Botton - Troost voor liefdesverdriet

vrijdag, juli 22, 2005

Poëzie: balsem voor de ziel


Het is geen verlangen naar iets hogers wat me drijft
naar de diepte, het is klein en schaamteloos, het is kleertjes
die de vuilnisman liet liggen - oneffen plaveisel geworden,
verregend - oprapen om te weten hoe het was.

Het is rotzooien, het verdwijnen achterna, de mensen
van vroeger, brokjes van het denken, volgordes
die tot handelen leidden - het schaven van hout

het knippen van kleertjes - momenten, lang geleden
die er echt zijn geweest en die echt zijn
verdwenen to iemand ze vasthoudt, terugleest.


********************************************************

Iemand wast de kleintjes en kan er niet bij.
Zij denkt domeinen, gebied ik, gebied zijn, zij
denkt een essentie van ouder worden is jeugd
voelt niet meer jong maar van rubber of latex

vult haar hoofd met de orde waar ze van houdt
hun gedoe en geluid, de eenlettergrepige
verklaringen waar ze om vragen vist ze uit bad
temt hun armen en benen met een handdoek praat ze

pyama's in. En steeds kan ze hen niet zijn
staan zij op het punt van vertrek, verdwijnen zij.


Esther Jansma - Alles is nieuw. Gedichten

Is geluk = bezit? (Epicurus)

Om te voorkomen dat we iets overbodigs aanschaffen of treuren om wat we ons niet kunnen veroorloven, moeten we ons streng afvragen of we het begeerde voorwerp wel echt nodig hebben. Door middel van een aantal gedachtenexperimenten waarbij we ons het moment moeten voorstellen waarop onze wensen zijn verwezenlijkt, kunnen we de mate van ons geluk bepalen:

Bij alle verlangens moet men de volgende vraag stellen: Wat zal er met mij gebeuren wanneer in vervulling gaat wat ik zo hartstochtelijk wens? En wat als het niet gebeurt?

Een methode waarvan helaas geen voorbeelden bewaard zijn gebleven, maar die tenminste vijf stappen moet hebben behelsd - en die niet zou misstaan in de opzet van een handleiding of kookboek.

1. Stel een premise voor geluk vast.

Om op vakantie gelukkig te zijn moet ik in een villa verblijven.

2. Stel je voor dat de premise onwaar is. Zoek naar uitzonderingen op het veronderstelde verband tussen het begeerde voorwerp en geluk. Zou je het begeerde voorwerp kunnen bezitten en toch niet gelukkig zijn? Zou je gelukkig kunnen zijn zonder het begeerde voorwerp?

Zou ik op vakantie gelukkig kunnen zijn zonder dat ik zoveel geld uitgeef aan een villa?

Zou ik geld aan een villa kunnen uitgeven en toch niet gelukkig zijn?

3. Wordt er een uitzondering gevonden, dan kan het begeerde voorwerp geen noodzakelijke en voldoende reden voor geluk zijn.

Het is mogelijk om doodongelukkig in een villa te zijn als ik, bijvoorbeeld, zonder vrienden ben en me eenzaam voel.

Het is mogelijk om gelukkig te zijn in een tent als ik, bijvoorbeeld, samen ben met iemand van wie ik hou en die me waardeert
.

4. Om de definitie voor het genereren van geluk aan te scherpen, moet de oorspronkelijke premisse worden bijgesteld zodat de uitzondering erin past.

Om gelukkig te zijn in een dure villa, moet ik met iemand zijn van wie ik hou en die me waardeert.

Ik kan gelukkig zijn zonder geld aan een villa uit te geven, zolang ik met iemand ben van wie ik hou en die me waardeert.

5. De ware behoefte kan er nu heel anders uitzien dan de aanvankelijke verwarde wens.

Geluk hangt meer af van het hebben van een geestverwant dan van een mooi ingerichte villa.

De aanwezigheid van rijkdom neemt geestelijke onrust niet weg en verschaft ook geen noemenswaardige vreugde.

uit: De troost van de filosofie - Alain de Botton

De socratische denkwijze

1. Zoek een stelling die alom als een zinnige opvatting wordt beschouwd.

Een moedig man trekt zich niet terug uit de strijd.

Deugdzaamheid vereist geld.

2. Ga ervan uit dat de stelling onjuist is, ondanks de tegenovergestelde overtuiging van de persoon die hem doet. Zoek naar situaties of een context waarin de stelling niet opgaat.

Kan iemand moedig zijn en zich toch terugtrekken uit de strijd?
Kan iemand standvastig in de strijd zijn en toch niet moedig zijn?

Kan iemand ook geld hebben en niet deugdzaam zijn?
Kan men geen geld hebben en toch deugdzaam zijn?

3. Als er een uitzondering wordt gevonden, moet de definitie onjuist zijn of op z'n minst onnauwkeurig.

Het is mogelijk om moedig te zijn en zich terug te trekken.
Het is mogelijk om standvastig in de strijd te zijn en toch niet moedig.

Het is mogelijk om geld te hebben en tegelijk een dief te zijn.

Het is mogelijk om buiten je schuld arm te zijn.

4. De oorspronkelijke stelling moet worden genuanceerd zodat de uitzondering erin past.

Moed kan zowel betekenen dat men zich terugtrekt uit de strijd of oprukt, en vereist een combinatie van volharding en kennis.

Mensen met geld kunnen alleen als deugdzaam beschouwd worden als ze het op een deugdzame manier hebben verkregen, en sommige mensen zonder geld kunnen deugdzaam zijn als ze in omstandigheden verkeren waarin het onmogelijk is om deugdzaam te zijn en geld te verdienen.

5. Ontdekt men vervolgens uitzonderingen op de verbeterde stellingen, dan dient het proces herhaalt te worden. Een stelling is pas echt waar, voor zover een mens ooit de waarheid weet te verkrijgen, als deze onmogelijk te weerleggen lijkt. Door te ontdekken wat iets níet is komt men het dichtst bij het inzicht wat het dan wél is.

6. De vrucht van logisch redeneren is, wat Aristophanes ook mag insinueren, superieur aan de vrucht van intuïtie.

uit: 'De troost van de filosofie' - Alain de Botton