Vervolg
2. Vrijheid
Epicurus en zijn vrienden deden nog iets baanbrekends. Om niet te hoeven werken voor mensen die ze niet mochten en geen gehoor te hoeven geven aan eventuele vernederende bevelen, zeiden ze hun werk in de commerciële wereld van Athene vaarwel ('We moeten ons bevrijden uit de de gevangenis van het dagelijks leven en de politiek') en begonnen iets wat nog het beste als een commune kan worden omschreven. Ze namen genoegen met een eenvoudiger levenswijze in ruil voor onafhankelijkheid. Ze zouden minder geld hebben maar nooit meer de bevelen van verschrikkelijke meerderen hoeven op te volgen.
Dus kochten ze een moestuin dicht bij hun huis, een eindje buiten de oude Dipylon-poort, waar ze allerlei groenten verbouwden voor de keuken, waarschijnlijk bliton (kool), krommyon (ui) en kinara (de voorloper van de huidige artisjok, waarvan niet de bladeren maar alleen het hart eetbaar was). Hun dagelijkse kost was luxueus noch overdadig, maar wel lekker en voedzaam. Zoals Epicurus aan zijn vriend Menoikeus uitlegde: '[De wijze] verkiest niet de grootste hoeveelheid voedsel maar de smakelijkste.'
Het eenvoudige leven had geen invloed op het statusbewustzijn van de vrienden, want door afstand te nemen van de waarden van Athene beoordeelden ze zichzelf niet meer op grond van materieel bezit. Ze hadden geen reden om zich te schamen voor kale muren en geen profijt om te pronken met goud. Temidden van een groep vrienden die buiten het politieke en economische centrum van de stad leefden, viel er - in hiërarchische zin - niets te bewijzen.
Uit: de troost van de filosofie, Alain de Botton
Epicurus en zijn vrienden deden nog iets baanbrekends. Om niet te hoeven werken voor mensen die ze niet mochten en geen gehoor te hoeven geven aan eventuele vernederende bevelen, zeiden ze hun werk in de commerciële wereld van Athene vaarwel ('We moeten ons bevrijden uit de de gevangenis van het dagelijks leven en de politiek') en begonnen iets wat nog het beste als een commune kan worden omschreven. Ze namen genoegen met een eenvoudiger levenswijze in ruil voor onafhankelijkheid. Ze zouden minder geld hebben maar nooit meer de bevelen van verschrikkelijke meerderen hoeven op te volgen.
Dus kochten ze een moestuin dicht bij hun huis, een eindje buiten de oude Dipylon-poort, waar ze allerlei groenten verbouwden voor de keuken, waarschijnlijk bliton (kool), krommyon (ui) en kinara (de voorloper van de huidige artisjok, waarvan niet de bladeren maar alleen het hart eetbaar was). Hun dagelijkse kost was luxueus noch overdadig, maar wel lekker en voedzaam. Zoals Epicurus aan zijn vriend Menoikeus uitlegde: '[De wijze] verkiest niet de grootste hoeveelheid voedsel maar de smakelijkste.'
Het eenvoudige leven had geen invloed op het statusbewustzijn van de vrienden, want door afstand te nemen van de waarden van Athene beoordeelden ze zichzelf niet meer op grond van materieel bezit. Ze hadden geen reden om zich te schamen voor kale muren en geen profijt om te pronken met goud. Temidden van een groep vrienden die buiten het politieke en economische centrum van de stad leefden, viel er - in hiërarchische zin - niets te bewijzen.
Uit: de troost van de filosofie, Alain de Botton

0 Comments:
Een reactie posten
<< Home